Toonkunst Plus Gouda
        vrienden   |   bestuur   |   stemtest   |   koorcontacten

Leden

Adventsconcert van 27 november 2015

Aan het begin van de Adventsperiode bracht Toonkunst Plus Gouda Messe Basse van Gabriel Fauré, the Magnificat van Giovanni Battista Pergolesi, Der Stern von Bethlehem – 1. Erwartung van Josef Rheinberger en een aantal Christmas Carols ten gehore. De rode draad in het programma is de blijde verwachting van het kerstfeest.

Aan het concert werken mee de jonge solisten: Nicole Fiselier (sopraan), Joel Vuik (countertenor), Adrian Fernandes (tenor) en Johan Vermeer (bas) en onze pianist Martin van Breukhoven.

Het is voor het eerst dat we in de H. Josephkerk in Gouda zingen. Het concert begint om 20.00 uur. Bij het inzingen zien we de eerste bezoekers al komen. Om kwart voor acht loopt de kerk bijna vol. Adventsconcert 2015 Via het Leger des Heils zijn een aantal daklozen uitgenodigd en ook zij hebben een plaatsje gevonden. We zijn blij, dat we voor een groot publiek mogen zingen.

Onze voorzitter Erica verwelkomt de bezoekers. Adventsconcert 2015
Zij heeft de teksten voor het programmaboekje geschreven. Het is een afwisselend programma van koorzang, pianospel en solisten.

Na de pauze zingen we o.a. de Messe Basse. De soliste Nicole Fiselier maakt het extra mooi. e bas zingt nog een aria uit het Weihnachtsoratorium van J.S. Bach.

Tot slot zingen we, samen met de solisten de Carol 'the twelve days of Christmas'. Het is een stapellied, dat ook de bezoekers vrolijk maakt. We krijgen nog meer applaus.

Adventsconcert 2015 Er zijn bloemen voor onze dirigent en pianist en voor de solisten. Het was voor koor en publiek een mooie avond.


Voorjaarsconcert van 21 februari 2015

We hadden een mooi, maar bewerkelijk programma. Bloed, zweet en tranen is teveel gezegd, maar er moest wel flink gewerkt worden op al die stukken. Toch is het concert wonderwel gelukt. Het publiek was enthousiast. Dat maak ik tenminste op uit de reacties die ik kreeg. Voorjaarsconcert 2015

Tijdens de pauze van het concert liep ik Toos-van-de-schilderklas tegen het lijf. Hé! Zing jij hier ook? En wat zie je er netjes uit! (Ja, Toos, ik zing geen concert met mijn schilderjasje aan. Dit is KOORKLEDING! ) en wat een leuke stukken brengen jullie! Die DJINNS! Geweldig! Leuk, Toos, dankjewel.

Een paar dagen later vermeldde ik het concert op mijn Archiefclub. Mieke viel om van verbazing. Hè! Zing jij ook in dat koor? Ik heb je niet gezien! (Ja, Mieke, ik sta op de tweede rij en de dirigent benam je waarschijnlijk het uitzicht op mijn persoon.) Maar wat een leuke stukken! Die DJINNS! Geweldig! Ook leuk, Mieke, dankjewel.

Natuurlijk was mijn vrouw Els ook aanwezig op het concert. Het heeft onze echtelijke conversatie verrijkt. Zo bespraken we aan de eettafel de toestand van de tuin. Ja, op de plek van de daslook kwamen al kleine sprietjes boven de grond. ‘Der Frühling kommt, der Frühling naht’, zeiden we hoopvol.

Later die week fietsten we over de Bloemendaalseweg en zagen hoe de oude dokter Lafeber zijn bomen aan het snoeien was. De afgezaagde takken lagen in grote stapels op zijn erf, maar nog heel wat bomen wachtten op hun beurt. Dat doet die man helemaal in zijn eentje, zei Els, maar hij doet het op zijn gemak en hij gaat maar door tot het klaar is. Waar heb ik dat eerder gehoord? Plechtig zei ik: ‘SLOW BUT STEADY WINS THE RACE’.

Nu ik er over nadenk zou deze uitspraak ook het motto van Toonkunst Plus kunnen zijn. Als we er in de toekomst nog meer naar gaan leven worden we vast nog FABELACHTIG goed!

Jan van der Kaaden

naar boven


Natuurlijk, bovennatuurlijk!

"De thuisblijvers hadden ongelijk". Met dit cliché, vooral gebruikt in de voetbaljournalistiek, begroette een kennis mij de zondagochtend na ons concert in Reeuwijk. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar, in Kruim, eigenlijk de fouten en onvolkomenheden van de zaterdagavond op een rijtje aan het zetten was. Maar na deze vriendelijke, volstrekt van ironie gespeende woorden besloot ik van dit verslag van binnenuit een positief stukje te maken. Ik hoef me daarbij geen geweld aan te doen, het was natuurlijk ook voor ons, de koorleden, een mooie avond. De opbouw van het programma: afwisselend koor, solozanger en pianist was, in ieder geval voor mij, verrassend, maar eigenlijk ook wel logisch. Zoals mijn kennis ook nog zei: “De eerste indruk van het programma was dat het een rommelige uitvoering zou worden, van Renaissance tot woest-modern (hij vindt eigenlijk dat alle componisten na Brahms er maar een potje van gemaakt hebben), en dan Italiaanse, Franse, Duitse, Engelse en Nederlandse teksten, ik was nogal sceptisch. Maar mijn complimenten, ook voor de korte toelichtingen van jullie dirigent, waardoor we tenminste konden weten waarover een lied ging.”

Voorjaarsconcert 2015

Och, ja, de generale
Zijn we zo aan gewend; bij de repetitie zitten er tien sopranen op een rij, vijf tenoren, vier bassen en elf alten. Ja, en nu moeten we “indikken”. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Er is te weinig plaats voor de sopranen. Ze blijken last te hebben van de uitstraling en het geluid van de tenoren. De stoelen staan niet goed! Hoe bassen en alten dit opgelost hebben ontgaat me gelukkig. Ik heb meer last van het klapstoeltje. Na wat schuiven, herplaatsen en een klein beetje gemopper komt alles goed. We zitten. Na het inzingen is alles nog pais en vree. Dan het “echte” werk. In ‘El grillo’ ergeren mijn medetenoren zich ineens aan de Gooise “R” die ze menen te horen bij de sopranen (‘Gwwootmoedews vooww Gwwootmoedews’ mompelen de onderwijzers onder ons). Der Floh gaat goed, evenals de rest. Dan merken we wat Vincent Spoeltman gaat doen. Vooral als hij met zijn gezicht naar ons toezingt is het in alle opzichten duidelijk dat we heel blij kunnen zijn met de keuze voor deze bariton. Verder in de middag wordt duidelijk dat er nog het een en ander verbeterd, nog meer gerepeteerd, maar er vooral beter gekeken moet worden naar Leo! We slagen er niet in onze laatste twee stukken: Chilcott en Bremer bevredigend af te maken: Leo’s conclusie: …”er moet nog wel wat geoefend worden. Zaterdag iedereen klokke zeven op haar/ zijn plaats en dan… goed!”

De uitvoering
Om zeven uur( het klokje van zeven uur en dus…) zit ieder op haar/ zijn plaats. Nou, nou, ja, ja er blijkt weer wat te moeten veranderen: niet iedereen zit goed, zit niet naast haar/ zijn vaste buur, heeft te weinig elleboogruimte en daarbij komen nog andere zenuwen die opspelen. Gelukkig gaat het inzingen goed. Ook het repeteren van Chilcott en Bremer gaat boven verwachting. Als om iets na achten Leo opent zit de kerkzaal aardig vol. De eerste nummers gaan heel redelijk door. ‘The three Ravens’ bezorgt ons weer een beetje kippenvel. Ook de on-nederlandse dierengeluiden in het werkje van Banchieri gaan goed. Want ga nu maar na: een Nederlandse kat komt hoogstens tot miaaaauw, een normale hond hier laat allen maar van zich horen middels woef, woef, of waf, waf. Italiaanse beesten blijken net zo gemankeerd als een Alfo Romeo. Dan mag Martin: het plezier spat van hem af in de twee stukken van Grieg. Nog niet hebben we ze van hem gehoord: hij staat, terecht, boven onze repetities. Ik kan alleen maar vol bewondering naar zijn grijpende en soepele vingers kijken. Daarna Vincent Spoeltman. Nu moet ik bekennen dat ik een heel grote bewondering heb voor Vaughan Williams. Een man die, begin 20e eeuw, op een fiets zonder versnellingen en adequate remmen, het platteland van Engeland doortrok om volksliederen vast te leggen en er zijn eigen, fantastische interpretatie van gaf. Die het weergaloze ‘The Lark Ascending’ heeft gecomponeerd en het dwingend aan te bevelen ‘Dona nobis pacem’, op teksten van onder meer Walt Whitman (lees die man!). Dan zingen we voor de pauze nog Edward Elgar. Persoonlijk vind ik iemand die het ‘Lake District’ of de Schotse Hooglanden ( Wordsworth, James Watt, Comptom Mackenzie ) minder acht dan Beieren( Franz Jozeph Strauss) enigszins suspect. Bij Elgar denk ik alleen aan Land of Hope and Glory, het muzikale toppunt van het ‘jingoïsm‘. Ook al klinken de drie stukken die wij zingen goed, The Bavarian Highlands zullen nooit in mijn favorietenlijst komen. De pauze is zoals gewoonlijk te kort om met alle bewonderaars een gesprekje te voeren.

Op naar de finale
Voor ons, de koorzangers, waren de meest uitdagende stukken voor na de pauze bewaard. Zigeunerleben van de überromanticus Schumann (wie slaapt nu met gewichten aan de vingers om meer bereik te hebben over het klavier?) is nog niet een echte uitdaging. Ontspannen bij Frühlingsglaube is er ook niet bij. Vincents vertolking van dit fraaie lied van Schubert dwingt tot actief luisteren. Een prachtige ervaring. Na afloop van het concert blijkt ook nog dat sommigen van ons er heel mooie, particuliere herinneringen aan hebben. Dan Der Frühling: op de repetitiedag en ook nog na de generale vertelden sommige koorleden me dat ze er maar niet in konden komen. (zie je wel, na Brahms!). Maar het blijkt goed te gaan en het blijft natuurlijk een fantastisch mooi stuk. De wisselwerking met Vincent wordt door ons publiek als feilloos beschouwd. La Passeggiata gaat voor ons eigen gevoel -drie tenoren- niet zo goed: tekstbeheersing, uitspraak. Maar de uitvoering wordt gewaardeerd en Leo kijkt ons waarderend aan. De overgang naar de tweede helft van de 20e eeuw wordt door Martin op weergaloze wijze begeleid. Zijn vertolking van Scott Joplin´s The Easy Winners is beter dan ik ooit hoorde op LP of CD. Het schijnbare gemak waarmee hij de best ingewikkelde muziek speelt, het exacte maatgevoel, maar vooral het duidelijke genoegen dat hij er zelf aan beleeft en waarmee hij ons verrast, maken me weer eens duidelijk dat we in hem een weergaloze pianist hebben. We mogen dankbaar zijn dat hij ons wil begeleiden! En dan Chilcott: helemaal feilloos gaan de twee stukken nog niet, maar het zijn wel fijne liederen om te zingen en ook het publiek stelt ze duidelijk op prijs. En dan als klap op de vuurpijl onze ‘eigen’ leeuwencyclus. Die mogen we echt wel vaker uitvoeren, want hij wordt duidelijk gewaardeerd, en dat is nog zwak uitgedrukt. En het is ook qua teksten een feest: de enig nog leesbare dichter uit de 19e eeuw, Trijntje Fop (oudere lezers van De Volkskrant hebben er jarenlang van kunnen genieten) en tot slot de meest (voor)gelezen dichteres uit de 20e eeuw. De thuisblijvers hebben inderdaad een heel mooie avond gemist..

Hein Reijs

naar boven