U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Stemtest

-om de drie jaar moeten de leden van Toonkunst Plus een stemtest doen-

Achter de Lutherse kerk is een vergader- en/of recreatieruimte van de kerkelijke gemeente. Je komt er via een sinistere groene deur. Je belt aan en Arie doet open. Arie heeft beldienst vandaag, en hij laat met heel veel plezier het een na de andere zenuwachtige koorlid binnen. Hij hoeft helemaal niks te doen, alleen maar vriendelijk te lachen en de zenuwen vliegen door de keel. Gelukkig zit je voorganger ook nog te wachten, en kun je elkaar bemoedigen. A. heeft de hele morgen geoefend, en zit nu met een schrale stem. Hoe moet dat nu? Een net beproefde lotgenoot komt te voorschijn en deelt opgelucht mee dat het best meevalt. Hij moet nog wel even gaan zitten om stoom af te blazen en om een meer regelmatige ademhaling te krijgen.
Pas dan ontdek je dat achter het obscure zaaltje er nóg een kamer is. Daar ontvangen Leo en Martin de kandidaten één voor één. De geluiden van die kamer dringen niet tot ons door. Leo komt naar buiten om de volgende persoon op te roepen. Hij lacht met een brede grijns, en heet je van harte welkom. In de gauwigheid waarschuwt hij ook nog voor de extra hoge drempel die je moet oversteken. Ik denk dat de beide heren vóór onze test gezamenlijk die drempel nog eens tien centimeter hebben verhoogd.
In de kamer staat een tafeltje en daarop een elektronische Yamaha. Er staan twéé stoelen, voor ieder van de beide heren één. De ene stoel staat bij het apparaat en de andere stoel bij een tafeltje met een schrijfblok. Daarop ligt ook het stukje testmuziek dat vandaag aan de orde is. Verder is er niks. Als de kandidaat een appelflauwte krijgt dan rest alleen maar de grond. Er is zelf geen glaasje water of een flesje odeklonje. De kamer heeft een raam, maar als je je in alle wanhoop naar beneden zou willen storten, sta je nog voor een onmogelijke opgave om dat vermaledijde en verzegeld raam open te krijgen.

Eindelijk kijk je je kwelgeesten aan. We gaan beginnen. Leo speelt een toonladder en samen met de tonen van de synthesizer klim je naar boven en beneden. Tenminste, dat is waarschijnlijk gebeurd voor zover je nog kunt reconstrueren na afloop, wanneer je eindelijk terug bent in het zaaltje.
De kamer is bedompt en klein, je kunt je geluid niet lekker laten resoneren. Je stem klinkt als een schrale kip. De heren hebben de headphones niet opgedaan, dus zal het waarschijnlijk nog te verdragen zijn. Als je keel boven en onder helemaal is afgeknepen, wisselen de heren van positie. Martin achter het apparaat, dat is rustgevend en vertrouwd. Ik mag zingen over de komende lente. Dat moet een eitje zijn. We hebben het duizend keer gezongen, maar neem ik nu wel alle gemaakte opmerkingen van de dirigent mee: het zacht en het harder, het stoppen en het op tijd weer beginnen, het goed kijken naar de rusten..?
Het is voorbij. Ik mag gaan.
De uitslag horen we de komende tijd wel eens. Dat betekent nog de nodige slapeloze nachten. Maar we weten: Leo is genadig. Hij zal zeggen, zelfs als je stem helemaal versleten is, dat je het komende concert nog mee mag zingen, en dat je daarna het wat rustiger aan mag gaan doen.

Het is heerlijk buiten, in de zon en in de wind. Nu kun je wel ongeremd zingen. Je zou zo voorzanger kunnen worden in de Lutherse kerk, je zou op je eentje het hele koor kunnen vervangen. Ik kijk om en zie het volgende koorlid schuchter aanbellen. Hij kijkt enigszins bedrukt. Arie verwelkomt hem met een brede glimlach.

Eildert Bruining 23.01.12